Naar de inhoud
Dronegids

Alle gidsen

Aan de slag met je drone

Wat je regelt voor je eerste vlucht, stap voor stap. Van verzekering tot je eerste keer opstijgen.

Een drone uit de doos halen en meteen de lucht in: het is verleidelijk. Maar in België vlieg je met bijna elke drone binnen de Europese regels van de open categorie, en daar hoort wat voorbereiding bij. Het goede nieuws: je doet het één keer, en het meeste is gratis.

1. Kijk welk klasselabel je drone heeft

Op de verpakking of op de drone zelf staat een label: C0, C1, C2, C3 of C4. Dat label bepaalt in welke subcategorie je mag vliegen (A1, A2 of A3) en welk attest je nodig hebt.

Staat er geen label op? Dan telt wanneer hij op de markt kwam. Een drone zonder label die vóór 1 januari 2024 verkocht werd, vliegt in A1 als hij lichter is dan 250 gram, en anders in A3. Kwam hij later op de markt zonder label, dan mag hij niet in de open categorie vliegen.

Twijfel je? Lees eerst Klasselabels C0 tot C4 uitgelegd. Nog geen drone? Bij Uitrusting staan aanraders per klasselabel, zodat je vóór je koopt al weet waar je ermee mag vliegen.

2. Zorg voor een verzekering

In België ben je verplicht verzekerd voor schade die je met je drone aan anderen toebrengt. Bij je registratie wordt naar je polisnummer gevraagd, dus regel dit eerst.

Hoe je dat aanpakt, lees je in Verzekering voor je drone.

3. Registreer je als operator

Heeft je drone een camera, of weegt hij 250 gram of meer? Dan registreer je je als operator (officieel: UAS-exploitant) via het Drone Portal van de FOD Mobiliteit en Vervoer. Dat is gratis. Je krijgt een exploitantnummer dat op al je drones komt.

Stap voor stap, en wat het verschil is tussen registreren als particulier of met je zaak: Registreren als operator.

4. Volg de online opleiding en leg het examen af

Voor de meeste drones heb je het attest A1/A3 nodig: een gratis online opleiding met een online theorie-examen. Wil je met een C2-drone in subcategorie A2 vliegen, dan komt daar het A2-getuigschrift bij.

Alles over de examens staat in Opleiding en examen.

5. Kijk waar je mag vliegen

Open voor elke vlucht de officiële kaart op map.droneguide.be. Daar zie je of je locatie in een geozone ligt, zoals rond een luchthaven, en welke voorwaarden er gelden.

Lees ook Waar mag je vliegen?.

6. Ken de regels van je subcategorie

De maximumhoogte is overal dezelfde: 120 meter boven de grond. Wat wel verschilt per subcategorie, is hoe dicht je bij mensen en gebouwen mag komen. Dat lees je in De open categorie: A1, A2 en A3.

Wat neem je mee?

Je drone, je afstandsbediening en volle batterijen, natuurlijk. Maar een paar kleine dingen maken je eerste vluchten een stuk rustiger:

  • Een landingspad. Geen stof of gras in je motoren, en je ziet meteen waar je moet landen.
  • Een fluohesje. Voorbijgangers zien dat er iemand bezig is, en dat je weet wat je doet.
  • Een paar verkeerskegels, om je start- en landingsplek af te bakenen.
  • Een extra batterij, want één batterij is sneller leeg dan je denkt.

Wat wij daarvoor aanraden, vind je bij de accessoires. Waarom het zo handig is, lees je in Veilig vliegen op de vliegplek.

Klaar om op te stijgen

Neem voor je eerste vluchten de checklist voor elke vlucht erbij, en kies een rustige, open plek zonder mensen in de buurt. Begin laag, neem je tijd om je drone te leren kennen, en bouw het rustig op.

Vlieg veilig, en vooral: geniet ervan. Er zijn weinig dingen zo leuk als je eigen buurt voor het eerst van bovenaf zien.